Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: de algemene vergadering en de raad van commissarissen van Alliander N.V.

Verklaring over de jaarrekening 2014

Ons oordeel

Naar ons oordeel:

  • geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Alliander N.V. op 31 december 2014 en van het resultaat en de kasstromen over 2014, in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie (EU-IFRS) en met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (BW);
  • geeft de enkelvoudige jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Alliander N.V. op 31 december 2014 en van het resultaat over 2014 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.

Wat we hebben gecontroleerd

De geconsolideerde jaarrekening bestaat uit:

  • de geconsolideerde balans per 31 december 2014;
  • de volgende overzichten over 2014: de geconsolideerde winst-en-verliesrekening, het overzicht totaalresultaat, het geconsolideerde kasstroomoverzicht en het mutatieoverzicht van het geconsolideerd eigen vermogen; en
  • de toelichting met een overzicht van de belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.

De enkelvoudige jaarrekening bestaat uit:

  • de enkelvoudige balans per 31 december 2014;
  • de enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2014; en
  • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.

Het stelsel voor financiële verslaggeving dat is gebruikt voor het opmaken van de geconsolideerde jaarrekening is EU-IFRS en Titel 9 Boek 2 BW en het stelsel dat is gebruikt voor het opmaken van de enkelvoudige jaarrekening is Titel 9 Boek 2 BW.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Alliander N.V. zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Onze controle-aanpak

Samenvatting

Wij ontwerpen onze controle-aanpak door het bepalen van materialiteit en het identificeren en inschatten van het risico van materiële afwijkingen in de jaarrekening. Wij besteden bijzondere aandacht aan die gebieden waar de raad van bestuur subjectieve schattingen heeft gemaakt, bijvoorbeeld bij significante schattingen waarbij veronderstellingen over toekomstige gebeurtenissen worden gemaakt, die inherent onzeker zijn zoals de veronderstellingen bij de goodwill, voorzieningen, levensduur en bijzondere waardevermindering van vaste activa, (latente) belastingen en netverliezen. Bij al onze controles besteden wij aandacht aan het risico van het doorbreken van de interne beheersingsmaatregelen door de raad van bestuur waaronder het evalueren van risico’s op materiële afwijkingen als gevolg van fraude op basis van een analyse van mogelijke belangen van de raad van bestuur.

Materialiteit

De reikwijdte van onze controle wordt beïnvloed door het toepassen van materialiteit. Ons controleoordeel beoogt een redelijke mate van zekerheid te geven dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen.

Wij bepalen kwantitatieve grenzen voor materialiteit. Deze grenzen, als ook de kwalitatieve overwegingen daarbij zoals risico-inschattingen, helpen ons om de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden te bepalen en om het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel te evalueren.

Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel als volgt bepaald:

Materialiteit voor de groep

€ 10 miljoen (2013: € 10 miljoen).

Hoe is de materialiteit bepaald

0,75% van de totale kosten.

De overwegingen voor de gekozen benchmark

We hebben deze benchmark toegepast op basis van onze analyse van de gebruikers van de jaarrekening en het belang van de kosten binnen de gereguleerde omgeving. De netbeheerders zijn verantwoordelijk om de energienetten in goede conditie te houden, te zorgen voor de distributie en het aansluiten van klanten op de energienetten. Als vergoeding ontvangt Alliander zowel opbrengsten uit het vrije domein als gereguleerde opbrengsten. Deze gereguleerde opbrengsten vloeien voort uit hoofde van de transport- en aansluitdiensten van elektriciteit en gas naar klanten en omvatten vaste componenten, het zogenaamde capaciteitstarief dat door de Autoriteit Consument & Markt (‘ACM’) word vastgesteld. De vaststelling van het toegestane capaciteitstarief door de ACM is grotendeels gebaseerd op de gemaakte kosten ten behoeve van het gereguleerde domein.

De op deze wijze bepaalde materialiteit hebben wij getoetst aan alternatieve benchmarks die op basis van de analyse van de informatiebehoeften van gebruikers, ook relevant kunnen zijn. Deze alternatieve benchmarks zijn gebaseerd op de winst voor belastingen en de waarde van de elektriciteit- en gasnetten.

Toepassing van de meer gebruikelijke benchmark van 5% van de winst voor belasting zou resulteren in een hogere materialiteit van € 21 miljoen (2013: € 20 miljoen).

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen materieel zijn.

Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij aan de raad tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 1 miljoen (2013: € 1 miljoen) rapporteren, alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn. Wij hebben alle geconstateerde afwijkingen, inclusief afwijkingen van een kleinere omvang dan € 1 miljoen, gerapporteerd aan de raad van bestuur.

De reikwijdte van onze controle

Alliander N.V. staat aan het hoofd van een groep van entiteiten. De financiële informatie van deze groep is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van Alliander N.V.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de controle. In dit kader hebben wij de reikwijdte van onze controle bepaald om te waarborgen dat we voldoende controlewerkzaamheden verrichten om in staat te zijn een oordeel te geven over de jaarrekening als geheel. Bepalend hierbij zijn het feit dat de activiteiten van Alliander grotendeels in Nederland plaatsvinden, de omvang van Alliander en Liander binnen de Alliander groep, de omvang en/of het risicoprofiel van de overige groepsonderdelen en activiteiten, en dat bedrijfsprocessen en interne beheersingsmaatregelen grotendeels plaatsvinden binnen dezelfde financiële afdeling. Op grond hiervan hebben wij de groepsonderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was. 

De controle heeft zich specifiek gericht op de significante onderdelen Alliander en Liander. Daarnaast hebben wij onder andere de consolidatie van de groep, de toelichtingen in de jaarrekening en een aantal complexe aspecten gecontroleerd. Dit betreft onder andere de aankoop en verkoop van bedrijfsonderdelen (de verkoop van de aandelen in N.V.KEMA, de partiële verkoop van CDMA Utilities B.V. en de acquisitie van het gasnet van gemeente Heinsberg), impairment berekeningen, cross border leasetransacties, credit default swaps en vennootschapsbelasting. Alle werkzaamheden bij de groepsonderdelen zijn door hetzelfde controleteam uitgevoerd.

Vanwege de complexiteit en de grootte van diverse balansposten en toelichtingen in de jaarrekening hebben wij specialisten op het gebied van fiscaliteit, treasury, waardering, regulering en corporate governance opgenomen in het controleteam.

Door bovengenoemde werkzaamheden bij (groeps)onderdelen, gecombineerd met aanvullende werkzaamheden op groepsniveau, hebben wij voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de groep verkregen om een oordeel te geven over de geconsolideerde jaarrekening.

De kernpunten van onze controle

In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens de controle van de jaarrekening. De kernpunten hebben wij aan de raad van commissarissen gerapporteerd, maar vormen geen volledige weergave van alle risico’s en punten die wij tijdens onze controle hebben geïdentificeerd en hebben besproken. Wij hebben de kernpunten beschreven met daarbij een samenvatting van de op deze punten door ons uitgevoerde werkzaamheden.

Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot deze kernpunten bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze bevindingen ten aanzien van individuele kernpunten moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen over deze kernpunten.

Kernpunten

 

Onze controlewerkzaamheden op de kernpunten

Gebruiksduur van de materiële vaste activa

  

De toelichtingen op de materiële vaste activa zijn opgenomen in de waarderingsgrondslagen en noten 3, 26 en 35.

  
   

De materiële vaste activa hebben op 31 december 2014 een boekwaarde van € 6,2 miljard, onderverdeeld in bedrijfsgebouwen en -terreinen, netwerken, overige vaste bedrijfsmiddelen en activa in uitvoering. Op basis van EU-IFRS is de raad van bestuur verplicht jaarlijks de gebruiksduur van de materiële vaste activa te heroverwegen. Deze heroverweging van de gebruiksduur was met name significant voor onze controle van de netwerken vanwege de omvang van € 5,3 miljard. Als gevolg van de ontwikkelingen in het energielandschap, die relevant zijn voor alle netbeheerders, worden de schattingen van de gebruiksduur van elektriciteits- en gasnetwerken beïnvloed door markt- en technologische ontwikkelingen, regulatorische en politieke overwegingen in combinatie met de keuzemogelijkheden in de onderhouds- en investeringsplannen. Dit leidt ertoe dat dit proces van heroverweging van de gebruiksduur complex is, om managementinschatting over de onderliggende veronderstellingen vraagt en daarmee inherent subjectief is. Gedurende 2014 heeft opnieuw een uitgebreide evaluatie plaatsgevonden, maar deze heeft niet geleid tot aanpassingen in de gehanteerde gebruiksduur van de materiële vaste activa.

 

Als onderdeel van onze controlewerkzaamheden hebben wij getest dat de onderliggende veronderstellingen in de jaarlijkse evaluatie van de gebruiksduur en de boekwaarde per 31 december 2014 van individuele groepen van activa, zoals meters, leidingen en onderstations redelijk zijn, mede in het licht van genoemde ontwikkelingen, en consistent zijn toegepast. Hierbij hebben wij gebruik gemaakt van onder andere bekende onderhoudsgegevens, het storingenregister en de verwachte investeringen op basis van onder andere de strategische langetermijnplanningen van de vennootschap. Tevens hebben wij kennis genomen van de eerste resultaten van de door de vennootschap uitgevoerde analyse inzake de implicaties die de energietransitie heeft voor de bestaande netten. Wij kunnen ons vinden in de conclusie van de raad van bestuur dat geen aanpassing in de gebruiksduur van de materiële vaste activa benodigd is.

Strip risk op de cross border leasetransacties

  

De toelichtingen op de cross border leases transacties zijn opgenomen in de waarderingsgrondslagen en noten 3, 19, 34, 35 en 36.

  
   

Het ‘strip risk’ is het gedeelte van de ‘termination value’ dat bij een voortijdige beëindiging door Alliander van de cross border leasetransactie niet kan worden voldaan uit de hiertoe aangehouden deposito’s en beleggingen. Ultimo december 2014 bedraagt het ‘strip risk’ voor alle transacties tezamen $ 194 miljoen (ultimo 2013: $ 278 miljoen). De hoogte van het ‘strip risk’ wordt in belangrijke mate beïnvloed door de rente ontwikkeling in de Verenigde Staten. Het ‘strip risk’ betreft per balansdatum volledig de niet uit de balans blijkende verplichtingen uit hoofde van de cross border leasecontracten.

 

Wij hebben vastgesteld dat de berekening van het ‘strip risk’ juist is uitgevoerd. De ‘termination value’ hebben wij aangesloten met hetgeen contractueel bepaald is in de leaseovereenkomsten. De waarde van de aangehouden deposito’s en beleggingen hebben wij aangesloten met de bevestigingen van door ons objectief en deskundig aangemerkte derde partijen. Wij hebben op basis van de contracten vastgesteld dat de vennootschap het recht heeft de contracten niet voortijdig te beëindigen en dat de vennootschap nu en in de toekomst niet kan worden aangesproken voor een tekort, zolang de contracten niet voortijdig worden beëindigd. De raad van bestuur heeft ons bevestigd dat er geen intenties zijn dat Alliander de contracten voortijdig beëindigt. Deze bevestiging is consistent met andere kennis die wij hebben uit onze controlewerkzaamheden, waaronder het kennis nemen van de notulen van vergaderingen van de raad van bestuur en het aanwezig zijn bij de vergaderingen van de auditcommissie en de raad van commissarissen. Tevens hebben wij beoordeeld en vastgesteld dat de cross border leaseposities, waaronder het ‘strip risk’, adequaat worden toegelicht in de jaarrekening.

Waardering Credit Default Swaps (CDS) inclusief voorziening risico CDS

  

De toelichtingen op het derivaat CDS en de voorziening risico CDS zijn opgenomen in de waarderingsgrondslagen en noten 6, 8, 16 en 34.

  
   

Onderdeel van de aan een tweetal cross border leasecontracten gerelateerde beleggingsportefeuille is een geschreven credit default swap (CDS). Dit instrument is een in de contracten besloten derivaat, dat de kredietwaardig-heid van een onderliggende portefeuille bestaande uit bijna 100 fondsen verzekert. De CDS wordt separaat in de balans gepresenteerd en wordt op reële waarde gewaardeerd onder de derivaten. Sinds 2008 was het maximale (verzekerings-) risico gerelateerd aan de CDS ter grootte van $ 171 miljoen voorzien. Deels kwam dit tot uiting in de negatieve reële waarde van de CDS, die was gebaseerd op een opgave van een derde partij. Voor het resterende deel was een voorziening getroffen vanwege het risicovolle karakter van het financiële product en vanwege het feit dat de raad van bestuur van mening was dat dit gehele (verzekerings-) risico moest worden voorzien.

 

Wij hebben als onderdeel van onze controle de negatieve reële waarde aangesloten met de opgave hiervan van een externe financiële instelling. Deze financiële instelling is de tegenpartij van het instrument en wordt derhalve niet als objectief bezien. Tevens bestaat geen liquide markt voor deze financiële producten.

Wij hebben onze controle als gevolg hiervan met name gericht op de herziene inschatting van de raad van bestuur van de maximale risico’s op defaults van de onderliggende fondsen in het instrument die de vennootschap loopt met de CDS. Wij zijn bij onze werkzaamheden ondersteund door onze treasury experts. Wij hebben risico-inschatting van de raad van bestuur ten aanzien van het default risico vóór expiratiedatum van de in de CDS portefeuille betrokken bedrijven getoetst op basis van de subordinatie, de waarde van het onderpand, de creditspreads op single-name-kredietderivaten en credit ratings van rating-agencies. Wij hebben tevens gecontroleerd of de CDS inclusief de inschatting door de raad van bestuur van de resterende risico’s van de CDS adequaat wordt toegelicht in de jaarrekening. Wij kunnen ons vinden in deze inschatting.

Ultimo 2014 is de resterende looptijd van de CDS nog slechts een half jaar. Gezien de beperkte resterende looptijd concludeert de raad van bestuur dat het default risico vóór expiratiedatum van de in de CDS portefeuille betrokken fondsen het afgelopen jaar is afgenomen, waardoor de kans dat het instrument voor het maximale bedrag wordt aangesproken als dermate klein wordt ingeschat dat op basis van de criteria van IAS 37 niet langer een voorziening kan worden verantwoord. Dit betekent dat de volledige voorziening van $ 153 miljoen (€ 127 miljoen) is vrijgevallen ten gunste van de bedrijfskosten.

  

Overeenkomstig de opgave van een derde partij bedraagt de negatieve reële waarde van de CDS per 31 december 2014 $ 18 miljoen (€ 15 miljoen). De raad van bestuur is van mening dat bij deze waardering te weinig rekening wordt gehouden met de resterende risico’s op defaults van onderliggende fondsen in dit instrument. Op basis van een intern uitgevoerde risicoanalyse heeft de raad van bestuur een negatieve waarde van de CDS bepaald van $ 75 miljoen (€ 62 miljoen). Het verschil tussen de berekende waarde en de opgave van een derde partij ad € 47 miljoen is ten laste van de overige bedrijfskosten gebracht. Per saldo leidt dit tot een impact van € 80 miljoen ten gunste van het resultaat 2014.

  

De inschatting ten aanzien van de resterende risico’s van dit instrument is inherent subjectief en mede gezien de omvang een kernpunt van onze controle.

  

Onzekere belastingposities

  

De toelichtingen ten aanzien van dit punt is opgenomen in noot 20.

  
   

In november 2010 heeft Alliander een achtergestelde eeuwigdurende obligatielening uitgegeven voor een bedrag van nominaal € 500 miljoen. In 2013 is deze achtergestelde eeuwigdurende obligatielening afgelost. Onder EU-IFRS kwalificeert dit instrument als eigen vermogen. Bij de betaling van de rente aan de houders van deze lening is uitgegaan van aftrekbare kosten voor de vennootschapsbelasting. De Belastingdienst heeft aangegeven de aftrekbaarheid van de periodieke vergoedingen niet te accepteren, waartegen Alliander bezwaar heeft gemaakt. De raad van bestuur verwacht dat de maximale impact voor Alliander per balansdatum een bedrag tussen de € 20 miljoen en € 30 miljoen bedraagt. Op basis van schriftelijke opinies van externe juridische en belastingdeskundigen heeft de raad van bestuur geconcludeerd dat het waarschijnlijk is dat de door Alliander in de aangifte ingenomen positie aanvaard zal worden en heeft derhalve besloten hiervoor geen voorziening te verantwoorden.

 

Ondersteund door onze belasting specialisten, hebben wij onder andere de communicatie tussen de Belastingdienst, Alliander en de door management ingeschakelde externe deskundigen gelezen, en beoordeeld in hoeverre de inschatting van het management redelijk is en voldoende is onderbouwd. De deskundigheid en objectiviteit van de externe deskundigen hebben wij beoordeeld. Tevens zijn wij nagegaan of de onzekere belastingpositie adequaat is toegelicht. Wij kunnen ons vinden in het standpunt van de raad van bestuur.

Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur en de raad van commissarissen

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor:

  • het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met EU-IFRS en met Titel 9 Boek 2 BW, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW, en voor
  • een zodanige interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet de raad van bestuur afwegen of de vennootschap in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemde verslaggevingsstelsels moet de raad van bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de raad van bestuur het voornemen heeft om de vennootschap te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.

De raad van bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de vennootschap haar bedrijfsactiviteiten kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de vennootschap. 

Onze verantwoordelijkheid voor de controle van de geconsolideerde en enkelvoudige  geconsolideerde jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle fouten en fraude ontdekken.

Een meer gedetailleerde beschrijving van onze verantwoordelijkheden is opgenomen in de bijlage bij ons rapport.

Verklaring betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde vereisten

Verklaring betreffende jaarverslag en de overige gegevens

Wij vermelden op basis van de wettelijke verplichtingen onder Titel 9 Boek 2 BW (betreffende onze verantwoordelijkheid om te rapporteren over het jaarverslag en de overige gegevens):

  • dat wij geen tekortkomingen hebben geconstateerd naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 BW is opgesteld, en of de door Titel 9 Boek 2 BW vereiste overige gegevens zijn toegevoegd.
  • dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening.

Onze benoeming

Wij zijn, op basis van een voordracht daartoe door de raad van commissarissen, benoemd als externe accountant van Alliander N.V. door de algemene vergadering van aandeelhouders op 2 april 2014. Wij zijn nu voor een onafgebroken periode van langer dan 15 jaar accountant van de vennootschap en haar rechtsvoorgangers.

Amsterdam, 18 februari 2015
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.

 

Origineel ondertekend door
drs. R. Dekkers RA

Bijlage bij onze controleverklaring over de jaarrekening 2014 van Alliander N.V.

In aanvulling op wat is vermeld in onze controleverklaring hebben wij in deze bijlage onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening nader uiteengezet en toegelicht wat een controle inhoudt.

De verantwoordelijkheden van de accountant voor de controle van de jaarrekening

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze doelstelling is om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de jaarrekening vrij van materiële afwijkingen als gevolg van fouten of fraude is. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de raad van bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de entiteit zijn bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderneming haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Wij bevestigen aan de raad van commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met hen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening vanuit alle zaken die wij met de raad van commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze zaken in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang is van het maatschappelijk verkeer.

Toegevoegd aan Mijn verslag + Mijn verslag