Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Winst­- en­ verliesrekening over 2014

Netto­-omzet

De netto-omzet over het boekjaar 2014 is ten opzichte van het vorige boekjaar gedaald met € 48 miljoen (3%) naar € 1.696 miljoen. Deze daling is met name het gevolg van lagere gereguleerde transport- en aansluittarieven (€ 65 miljoen) voor zowel elektriciteit als gas en lagere gereguleerde tarieven meetdiensten (€ 8 miljoen) bij een hogere overige gereguleerde omzet (€ 13 miljoen), met name door hogere ontvangen bijdragen voor onderhoudswerkzaamheden. Circa 93% van onze netto-omzet is afkomstig van deze gereguleerde activiteiten. Daarnaast kent Alliander niet-gereguleerde activiteiten bij onder andere Liandon en diverse groeimarkten die een hogere omzet kenden (€ 11 miljoen).

Overige baten

De overige baten zijn in het boekjaar 2014 uitgekomen op € 141 miljoen (2013: € 102 miljoen). Deze stijging is in belangrijke mate veroorzaakt door het incidentele resultaat uit de verkoop van aandelen KEMA (€ 40 miljoen). De overige baten hebben verder voornamelijk betrekking op de amortisatie van aansluitbijdragen van onze klanten (€ 63 miljoen) en diverse overige opbrengsten, bestaande uit onder meer ontvangen schadevergoedingen, verhuuropbrengsten en boekwinsten uit verkoop van activa (€ 38 miljoen).

Bedrijfskosten

De totale bedrijfskosten over 2014 zijn uitgekomen op € 1.327 miljoen (2013: € 1.389 miljoen). In onderstaand overzicht is de specificatie vermeld van de bedrijfskosten.

Specificatie bedrijfskosten

€ miljoen

2014

2013

Kosten van inkoop en uitbesteed werk

406

416

Personeelskosten

583

560

Overige bedrijfskosten

159

247

Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen vaste activa

354

357

Af: Werk uitgevoerd door de groep en gekapitaliseerd als materiële vaste activa in uitvoering

-175

-191

   

Totaal

1.327

1.389

De daling van de kosten van inkoop en uitbesteed werk met € 10 miljoen ten opzichte van vorig jaar wordt voornamelijk veroorzaakt door de invoering van het leveranciersmodel, wat heeft geleid tot een daling van de kosten van Nuon CCC met € 17 miljoen, en door lagere inkoopkosten (€ 15 miljoen), onder andere vanwege een lagere realisatie van geplande werkzaamheden. Deze daling is deels gecompenseerd door de toename van de inkoop van netverliezen (€ 12 miljoen) als gevolg van eenmalige baten in voorgaand jaar. Voorts zijn de vanuit TenneT doorbelaste transportkosten gestegen als gevolg van hogere in rekening gebrachte tarieven met € 10 miljoen.

De stijging van de interne en externe personeelskosten met € 23 miljoen ten opzichte van vorig jaar is vooral een gevolg van de toename van externe medewerkers (€ 11 miljoen) bij met name de service unit IT. De toename van de eigen personeelskosten (€ 12 miljoen) wordt onder andere veroorzaakt door cao-stijgingen, een toename van de sociale lasten en een aantal employee benefit voorzieningen, waaronder de jubileumuitkeringen.

De overige bedrijfskosten zijn met € 88 miljoen gedaald. Deze daling wordt vrijwel geheel veroorzaakt door de CDS voor een bedrag van € 80 miljoen. De toelichting op deze post staat hieronder vermeld. Daarnaast zijn de kosten met € 22 miljoen gedaald als gevolg van gerealiseerde kostenbesparingen door minder uitgevoerde projecten en een afname van de organisatiekosten. De daling wordt deels gecompenseerd door een toename van de kosten voor precario (€ 21 miljoen) als gevolg van de heffing door diverse nieuwe gemeenten gedurende 2014 alsmede hogere in rekening gebrachte tarieven.

Toelichting CDS

Sinds 2005 is de CDS als derivaat onderdeel van twee cross border lease contracten. Het product CDS verzekert de kredietwaardigheid van een onderliggende portefeuille bestaande uit bijna 100 fondsen. De looptijd van de CDS is 10 jaar (tot en met juni 2015), het maximale risico voor Alliander bedraagt $ 171 miljoen. In 2008 heeft een afwaardering van de CDS plaatsgehad ten laste van de winst-en-verliesrekening. Gezien de toenmalige vooruitzichten van dit product is destijds besloten het maximale risico van $ 171 miljoen te voorzien. Voor het grootste gedeelte vond dit plaats door middel van de (negatieve) reële waarde van de CDS, voor het overige deel door middel van een aanvullende voorziening tot het maximale risico. Deze methodiek is op basis van de verwachte risico’s gehandhaafd tot en met het verslagjaar 2013.

In december 2014 bedraagt de waarde van de CDS op basis van deze methodiek $ 18 miljoen (€ 15 miljoen) en de aanvullende voorziening $ 153 miljoen (€ 127 miljoen). Ultimo 2014 is de resterende looptijd van de CDS nog slechts een half jaar. Gezien de beperkte resterende looptijd concludeert het management van Alliander dat het default risico ten aanzien van de in de CDS portefeuille betrokken bedrijven (voor expiratiedatum van de CDS) het afgelopen jaar zodanig is afgenomen dat niet wordt verwacht dat het maximale risico voor het gehele product wordt aangesproken. Op basis van de criteria van IAS 37 betekent dit dat de volledige voorziening van $ 153 miljoen (€ 127 miljoen) is vrijgevallen ten gunste van de bedrijfskosten in het resultaat. De reële waarde van de CDS op basis van een waardering van een externe partij bedraagt in december 2014 $ 18 miljoen (€ 15 miljoen). Echter, naar de mening van het management van Alliander is bij deze waardering te weinig rekening gehouden met de resterende risico’s van dit product. Op basis van een interne risico-analyse is een waardering berekend van $ 75 miljoen (€ 62 miljoen) ultimo 2014. Het verschil, $ 57 miljoen (€ 47 miljoen), is ten laste van de bedrijfskosten in het resultaat verantwoord. Per saldo houdt een en ander in dat ten aanzien van de CDS in 2014 een vrijval van omgerekend € 80 miljoen ten gunste van de bedrijfskosten in het resultaat is verantwoord.

Precario en onderhoudskosten en investeringen in het net

De precariobelasting is ten opzichte van 2013 met € 21 miljoen gestegen naar € 80 miljoen. In de hierna opgenomen grafiek is de ontwikkeling van de precariobelasting van de afgelopen vijf jaar opgenomen. De stijging wordt met name veroorzaakt doordat steeds meer gemeenten deze heffing opleggen aan Liander. Gezien het feit dat sprake is van een zogenaamd objectiveerbaar regionaal verschil, betekent dit dat deze precariolasten worden opgenomen in de reguleringsdata en vervolgens grotendeels en met vertraging worden verdisconteerd in de tarieven voor alle klanten in het Liander gebied.

In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de afgelopen vijf jaar opgenomen inzake onderhoudskosten en investeringen in het net, inclusief de meters. Waar in 2010 nog sprake was van een totaal uitgavenniveau van € 487 miljoen, bedraagt dit in 2014 € 706 miljoen, een stijging van ruim 40%. Deze stijging wordt onder meer veroorzaakt door verzwaring en uitbreiding van netten, vervangingsprogramma’s zoals voor grijs gietijzer, ontwikkelingen rondom digitalisering en de uitrol van slimme meters.

Ten opzichte van 2013 is sprake van een daling van het uitgavenniveau met € 56 miljoen (7%). Dit betreft met name € 20 miljoen lagere kosten voor storingen onderhoud als gevolg van minder uitgevoerde werkzaamheden vanwege onder andere een lager onderhoudsbudget en daarnaast vertragingen. Voorts hebben lagere uitgaven voor investeringen in het elektriciteits- (€ 16 miljoen lager) en gasnetwerk (€ 15 miljoen lager) plaatsgevonden. Dit betreft lagere uitgaven voor zowel klantgedreven als techniekgedreven werk. De investeringen in meetinrichtingen en telecom liggen in lijn met voorgaand jaar.

Bedrijfskosten vanuit managementperspectief

Een andere benadering voor de beoordeling en beheersing van de kostenontwikkeling is om niet uit te gaan van de categorale indeling vanuit de winst-en-verliesrekening maar om vanuit het managementperspectief de bedrijfskosten, exclusief bijzondere posten, als volgt te categoriseren: inkoopkosten (waaronder de inkoop van netverliezen, doorberekende kosten vanuit TenneT en precariobelastingen), proceskosten (waaronder onderhoudskosten voor instandhouding van netten en kosten voor facturatie en incasso), indrecte kosten (overhead en algemene bedrijfskosten) en afschrijvingen. Dit leidt tot de volgende indeling van de bedrijfskosten:

Specificatie bedrijfskosten, exclusief bijzondere posten

€ miljoen

2014

2013

Inkoopkosten

424

358

Proceskosten

335

370

Indirecte kosten

286

293

Afschrijvingen

354

357

   

Totaal

1.399

1.378

Op basis van dit overzicht is te concluderen dat de stijging van de totale bedrijfskosten in het bijzonder wordt veroorzaakt door een stijging van de inkoopkosten met € 66 miljoen, terwijl de proceskosten en indirecte kosten met € 35 miljoen respectievelijk € 7 miljoen zijn gedaald. De inkoopkosten zijn met name gestegen door de eerder genoemde stijging van de kosten voor netverliezen, transport TenneT, precarioheffing en kostprijs omzet van de niet-gereguleerde activiteiten. Lagere proceskosten zijn in het bijzonder het gevolg van de invoering van het nieuwe marktmodel dat een positief effect heeft gehad op de kosten van Alliander. De afschrijvingskosten zijn tenslotte met € 354 miljoen nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar (€ 357 miljoen). 

Bedrijfsresultaat

Ten opzichte van 2013 is het bedrijfsresultaat gestegen met € 53 miljoen naar € 510 miljoen. Exclusief bijzondere posten bedraagt het bedrijfsresultaat € 398 miljoen en is sprake van een daling ten opzichte van 2013 van € 70 miljoen.

Financiële baten en lasten

In 2014 komen de financiële baten en lasten per saldo uit op een last van € 93 miljoen (2013: € 69 miljoen). De stijging van € 24 miljoen is met name veroorzaakt door bijzondere posten, waaronder in 2014 de negatieve valutaresultaten op de CDS (€ 19 miljoen) als gevolg van de ontwikkeling van de Dollarkoers en in 2013 de financiële bate (€ 13 miljoen) inzake de waardering van de put/call opties KEMA. Exclusief deze bijzondere posten is sprake van een daling van de last met € 8 miljoen tot € 74 miljoen (2013: € 82 miljoen).

Deelnemingen en joint ventures

Het aandeel in het resultaat na belastingen van deelnemingen en joint ventures bedraagt in het boekjaar 2014 nihil (2013: € 2 miljoen bate).

Belastingen

De effectieve belastingdruk (de belastingdruk uitgedrukt als percentage van het resultaat voor belastingen exclusief het resultaat na belastingen uit deelnemingen en joint ventures) bedraagt over het boekjaar 2014 22,4% (2013: 26,3%). De lagere effectieve druk in 2014 ten opzichte van de nominale druk (25,0%) wordt voornamelijk veroorzaakt door de deelnemingsvrijstelling als gevolg van de verkoop van het minderheidsbelang in KEMA. De iets hogere effectieve druk in 2013 ten opzichte van de nominale druk (25,0%) werd voornamelijk veroorzaakt door een kleine aanpassing op voorgaande jaren.

Resultaat na belastingen

Het resultaat na belastingen is over het boekjaar 2014 uitgekomen op € 323 miljoen (2013: € 288 miljoen). Het resultaat na belastingen exclusief bijzondere posten en fair value mutaties bedraagt over het jaar 2014 € 240 miljoen (2013: € 287 miljoen). De stijging van € 35 miljoen wordt veroorzaakt door de vrijval van een deel van de voorziening, samenhangend met de CDS en de verkoop van de aandelen KEMA. Deels is dit gecompenseerd door een lagere netto omzet als gevolg van lagere gereguleerde tarieven.

Toegevoegd aan Mijn verslag + Mijn verslag