Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

IFRS

De jaarrekening van Alliander is opgesteld op basis van de International Financial Reporting Standards (IFRS) per 31 december 2014, die door de Europese Unie (EU) zijn goedgekeurd. IFRS omvat zowel de IFRS-standaarden als de International Accounting Standards, die door de International Accounting Standards Board (IASB) zijn uitgebracht, en de interpretaties van IFRS- en IAS-standaarden, uitgebracht door het IFRS Interpretations Committee (IFRIC) respectievelijk het Standing Interpretations Committee (SIC).

De belangrijkste grondslagen voor waardering en resultaatbepaling die zijn gehanteerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening worden hierna beschreven. Het historische kostenprincipe wordt gehanteerd. In afwijking hiervan geldt dat bepaalde activa en verplichtingen, waaronder derivaten, tegen reële waarde worden gewaardeerd. Tenzij anders vermeld, zijn deze waarderingsgrondslagen consistent toegepast voor alle boekjaren die in deze jaarrekening zijn opgenomen.

Het opstellen van een jaarrekening brengt met zich mee dat gebruik wordt gemaakt van schattingen en veronderstellingen die zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en op factoren die naar het oordeel van het management aanvaardbaar zijn, gegeven de specifieke omstandigheden. Deze schattingen en veronderstellingen zijn van invloed op de waardering en presentatie van de gerapporteerde activa en verplichtingen, op de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen evenals op de gedurende het boekjaar gerapporteerde baten en lasten. De werkelijke uitkomsten kunnen afwijken van de gehanteerde schattingen en veronderstellingen. In noot [35] op de jaarrekening wordt nadere informatie verstrekt over die gebieden en posten in de jaarrekening waar gebruik wordt gemaakt van schattingen en veronderstellingen.

Tenzij anders vermeld, luiden alle in de jaarrekening opgenomen bedragen in miljoenen euro’s.

Nieuwe en/of gewijzigde IFRS-standaarden die van toepassing zijn in 2014

De IASB en het IFRIC hebben nieuwe en/of gewijzigde standaarden en interpretaties uitgebracht, die met ingang van boekjaar 2014 van toepassing zijn voor Alliander. Onderstaande standaarden en interpretaties zijn goedgekeurd door de Europese Unie.

IFRS 10 ‘Geconsolideerde jaarrekening’, IFRS 12 ‘Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten’ en IAS 27 ‘Enkelvoudige jaarrekening’ zijn aangepast om beter aan te sluiten bij het bedrijfsmodel van beleggingsentiteiten. Op grond van IFRS 10 zijn beleggingsentiteiten verplicht hun dochterondernemingen te waarderen tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening in plaats van hen te consolideren. IFRS 12 is gewijzigd om de verschaffing van specifieke informatie over dergelijke dochterondernemingen van beleggingsentiteiten verplicht te stellen. Als gevolg van de wijzigingen in IAS 27 beschikken beleggingsondernemingen tevens niet meer over de mogelijkheid om investeringen in bepaalde dochterondernemingen ofwel tegen kostprijs, ofwel tegen reële waarde in hun enkelvoudige jaarrekening te waarderen. In het kader van deze aanpassing zal steeds beoordeeld moeten worden of er sprake is van een beleggingsentiteit. In 2014 kent Alliander geen entiteiten die kwalificeren als beleggingsentiteit.

IAS 36 ‘Bijzondere waardeverminderingen van activa’ is aangepast ter verduidelijking van het toepassingsgebied van de informatieverschaffing over de realiseerbare waarde van (niet- financiële) activa. Deze blijft beperkt tot activa die een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan, wanneer de realiseerbare waarde op de reële waarde minus vervreemdingskosten is gebaseerd. In dat geval moeten namelijk specifieke reële waarde toelichtingen worden opgenomen. Deze wijziging heeft geen impact voor deze jaarrekening.

IFRIC Interpretation 21 ‘Heffingen’ geeft nadere toelichting op de opname en verwerking van overheidsheffingen binnen het toepassingsgebied van IAS 37 ‘Voorzieningen’. De interpretatie verduidelijkt wat een tot een verplichting leidende gebeurtenis is ingeval van overheidsheffingen en wanneer een verplichting daartoe moet worden opgenomen. De meest substantiële heffing van overheidswege waarmee Alliander te maken heeft zijn precarioheffingen van gemeenten. Daar waar precario in een gemeente voor Alliander van toepassing is wordt de heffing opgenomen wanneer deze verschuldigd wordt. Dit is in overeenstemming met IFRIC 21. Alliander kent geen andere overheidsheffingen waarbij de opname van een verplichting qua moment en omvang wijzigt onder toepassing van deze interpretatie. De toepassing van de interpretatie heeft geen impact op de verslagen in eerdere periodes en heeft geen impact voor deze jaarrekening.

Verwachte wijzigingen in waarderingsgrondslagen

Naast bovengenoemde nieuwe en gewijzigde standaarden, hebben de IASB en het IFRIC tot en met 2014 nieuwe en/of gewijzigde standaarden en interpretaties uitgebracht die met ingang van het boekjaar 2015 of latere boekjaren van toepassing zullen zijn voor Alliander. Deze standaarden en interpretaties kunnen alleen worden toegepast als zij zijn goedgekeurd door de Europese Unie.

IAS 19 ‘Defined Benefit Plans, Employee Contributions’ betreft een vereenvoudiging in de verwerking van werknemersbijdragen en bijdragen van derden in de pensioenpremie van toegezegde pensioenen. De aanpassing, die van toepassing is met ingang van het boekjaar 2015, heeft geen op impact op Alliander.

IFRS 11 ‘Accounting for Acquisitions of Interest in Joint Operations’ betreft een aanpassing van IFRS 11. De aanpassing verduidelijkt dat ingeval van de verwerving van een belang in een gezamenlijke bedrijfsactiviteit IFRS 3 ‘Business Combinations’ van toepassing is als de gezamenlijke bedrijfsactiviteit een bedrijf is volgens de definitie van IFRS 3. Deze wijziging, is van toepassing vanaf 1 januari 2016. De verwachting is dat de aanpassing slechts beperkte impact heeft op Alliander.

IFRS 15 ‘Revenue from Contracts with Customers’ vervangt per 1 januari 2017 de bestaande standaarden IAS 11 ‘Construction Contracts’ en IAS 18 ‘Revenue Recognition’. In essentie komen de voorstellen er op neer dat de contracten met klanten worden ontleed naar de te leveren prestaties. De opname van daaraan verbonden rechten en verplichtingen en de opbrengstverantwoording worden daarbij afgeleid van de fair value van die prestaties en deze worden afzonderlijk opgenomen. De toelichtingsvereisten onder IFRS 15 zijn omvangrijk. De verwachting is dat voor de gereguleerde activiteiten de impact beperkt zal zijn; de impact voor activiteiten in het vrije domein kunnen substantieel zijn. Een implementatieprogramma wordt begin 2015 gestart, waarbij contracten, diensten en leveringen worden beoordeeld conform de nieuwe standaard, eventuele wijzigingen in waardering en opname en toelichtingsvereisten worden vastgesteld en de impact die dat heeft voor administratie en systemen.

IFRS 9 ‘Financial Instruments’. In juli 2014 heeft de IASB de finale complete versie van IFRS 9 ‘Financial Instruments’ gepubliceerd. In deze finale versie zijn de verschillende onderdelen van het IASB project ter vervanging van IAS 39 samengebracht. Dit omvat opname en waardering, impairment en hedge accounting en hiermee wordt bijna het geheel van de richtlijnen van IAS 39 vervangen. IFRS 9 kent aangepaste richtlijnen voor de opname en waardering van financiële activa. De classificatie van de financiële activa wordt gerelateerd aan het business model dat van toepassing is op de activa en daarbij is een nieuwe categorie geïntroduceerd voor bepaalde instrumenten, te weten Fair Value through Other Comprehensive Income (FVOCI). IFRS 9 kent een nieuw impairment model voor alle financiële activa. Daarbij wordt uitgegaan van de verwachte verliezen in plaats van de opgetreden verliezen onder IAS 39. In de opname en waardering van financiële verplichtingen is enkel een wijziging aan de orde voor de verwerking van veranderingen in het eigen kredietrisico voor verplichtingen die tegen reële waarde worden opgenomen. Het effect als gevolg van wijzigingen in het eigen kredietrisico wordt verwerkt in het totaalresultaat (OCI). Verder kent IFRS 9 nieuwe voorwaarden voor hedge accounting waardoor een betere weergave van het risicomanagement in de verslaggeving mogelijk wordt. IFRS 9 is van toepassing vanaf 1 januari 2018. Alliander kent betrekkelijk bescheiden portefeuilles van financiële instrumenten waardoor de impact beperkt zal zijn; naar verwachting zal de gewijzigde impairmentmethodiek de grootste impact voor Alliander hebben.

‘Sale or Contribution of Assets between an Investor and its Associate or Joint Venture’. IFRS 10 en IAS 28 worden aangepast om een inconsistentie weg te nemen in de verwerking van een verkoop of inbreng van activa tussen de entiteit in zijn hoedanigheid van investeerder en een geassocieerde deelneming of een joint venture weg te nemen. De impact van deze aanpassing, die van toepassing is vanaf 1 januari 2016, moet nog nader worden vastgesteld.

‘Amendments to IAS 1: Disclosure Initiative’. IAS 1 wordt aangepast ter verduidelijking van de toelichtingsvereisten onder deze standaard. De aanpassingen beogen het gebruiksnut van de informatieverschaffing in de jaarrekening te versterken. Op een aantal onderdelen, zoals materialiteit, specificaties en subtotalen, noten e.d. worden daartoe specifieke verduidelijkingen gegeven. De aanpassing is van toepassing vanaf 1 januari 2016. De impact voor Alliander moet nog worden vastgesteld.

‘Investment Entities: Applying the Consolidation Exception’. IFRS 10, IFRS 12 en IAS 28 worden aangepast ter verduidelijking van de toepassing van de uitzonderingsregels voor het maken van een geconsolideerde jaarrekening voor beleggingsentiteiten en hun dochterondernemingen. De aanpassingen, die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2016, zullen naar verwachting geen of geringe impact hebben voor Alliander.

Het IASB ‘Annual Improvements Process 2010 - 2012’ en het IASB ‘Annual Improvements Process 2011 - 2013’ hebben geresulteerd in correcties en kleine aanpassingen op een aantal IFRS-standaarden die van toepassing zijn met ingang van het boekjaar 2015. Daarnaast heeft het ‘Annual Improvements Process 2012 - 2014’ geresulteerd in correcties en kleine aanpassingen op een aantal IFRS-standaarden die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2016. Omdat deze correcties en aanpassingen geen materiële impact op Alliander hebben, worden deze hier niet afzonderlijk genoemd.

Naast de bovengenoemde nieuwe en gewijzigde standaarden is er een drietal wijzigingen die niet relevant zijn voor Alliander, te weten: IFRS 14 ‘Regulatory Deferral Accounts’, Amendments to IAS 16 and IAS 38: ‘Clarification of Acceptable Methods of Depreciation and Amortisation’ en Amendments to IAS 16 and IAS 41: ‘Bearer plants’.

Toegevoegd aan Mijn verslag + Mijn verslag